Oefeningen
voor
verbeteren
Zeventien korte oefeningen die je met een team kunt doen zonder voorbereiding, traject of budget. Elke oefening heeft een doel, een tijdsduur, een paar stappen en de valkuil waar hij meestal op strandt. Filter op wat je nodig hebt, zet er een sessie van en neem die mee.
Weet je nog niet welke oefening erbij hoort, begin dan bij waar het vastloopt.
Een team dat maandag iets
wil doen, zonder traject
of budget
Waarvoor
Er wordt veel over
verbeteren gepraat en
weinig geprobeerd
Tijd
10 tot 45 minuten
per oefening
Wat je overhoudt
Eén gedane oefening met
een waarneming die je
kunt navertellen
Vier fasen
Zien — wat gebeurt er nu
Begrijpen — waarom zo
Experimenteren — wat als
Verankeren — het houdt stand
Regel
Een oefening zonder
volgende stap is
een workshop geweest
Weet je niet welke
Begin bij het symptoom
Heb je een uur
Rolgesprek op het raster
Heb je anderhalf uur
De begrippensessie
Heb je een halve dag
De waardestroomsessie
De oefeningen
Jouw sessie
Vier fasen, in die
volgorde
Zien gaat vooraf aan de rest. Bijna elk verbetertraject begint bij een oplossing en niet bij het werk; de oefeningen in deze fase kosten een uur en verplaatsen het gesprek van meningen naar waarnemingen.
Begrijpen is het deel dat het vaakst wordt overgeslagen. Wat je ziet is een symptoom; waarom het systeem dat gedrag oplevert is een andere vraag. Sla je die over, dan bestrijd je steeds hetzelfde symptoom op een andere plek.
Experimenteren vervangt het grote plan door een reeks kleine stappen met een voorspelling erbij. Dat is de kern van de verbeterkata: niet weten hoe het moet is normaal, niet leren van wat je probeert niet.
Verankeren is waar de meeste winst weglekt. Een verbetering die niet in de standaard, de cijfers en het dagelijkse overleg terechtkomt, is over drie maanden weg — ongeacht hoe goed hij was.
Elke oefening hieronder verwijst waar dat kan naar de tool die hem voedt. De oefening levert de waarneming, de tool rekent hem door.
Drie sessies staan apart, met een eigen draaiboek. Het rolgesprek op het raster kost een uur en levert per processtap één accountable op die zijn eigen naam heeft uitgesproken — plus de lijst stappen waar dat niet gebeurde. De begrippensessie kost anderhalf uur en doet hetzelfde met één omstreden woord: niet een definitie waar iedereen het mee eens is, maar de randgevallen die besloten zijn en de randgevallen die open bleven. De waardestroomsessie kost drie uur en levert de hele keten op met bewerkingstijd, wachttijd en herstelwerk per stap; dat is de zwaardere versie van “één zaak door de keten” hieronder. De begrippensessie kost ook een uur en gaat over het woord in plaats van over het werk: van één omstreden begrip legt de groep vast wat eronder valt, wat niet, en welke randgevallen de discussie elke keer opbreken.